ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9402
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer cocaïne via luchthaven Schiphol
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van de invoer van cocaïne via luchthaven Schiphol op 28 september 2008. Hij zou sleutels hebben overgedragen aan een medeverdachte, waarmee toegang tot een kantoor en een kledinglocker werd verkregen, en telefonisch contact hebben onderhouden om informatie over de drugstransporten uit te wisselen.
De verdediging voerde aan dat de sleutels bedoeld waren om persoonlijke eigendommen veilig te stellen en dat er geen bewijs was voor betrokkenheid bij de drugstransporten. Het hof verwierp dit verweer, mede omdat de verdachte pas ruim negen maanden na zijn eerste verhoor hierover verklaarde en de verklaringen niet geloofwaardig achtte.
Uit bewijsmiddelen, waaronder telefoongesprekken en camerabeelden, bleek dat de verdachte op de hoogte was van de drugstransporten en een betekenisvolle bijdrage leverde door sleutels te overhandigen en informatie te ontvangen. Het hof achtte bewezen dat de verdachte opzettelijk en bewust samenwerkte met anderen bij de invoer van cocaïne.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf; het hof bevestigde deze straf en wees een hogere strafmaatverzoek van het openbaar ministerie af. Het hof benadrukte het belang van generaal-preventieve werking in de bestrijding van drugssmokkel en de maatschappelijke schadelijkheid van harddrugs.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor medeplegen invoer cocaïne via Schiphol.