ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8565
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.R. Sturhoofd
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling woning na echtscheiding
Partijen zijn in 1992 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij een gemeenschap van goederen werd uitgesloten. Na hun echtscheiding in 2009 ontstond een geschil over de verdeling van de huwelijkse voorwaarden en de toedeling van de voormalige echtelijke woning.
De man kwam in hoger beroep tegen de waardering van de woning, de veroordeling tot betaling van € 8.382,22 aan de vrouw, en de uitsluiting van een andere woning uit de verrekening. Het hof oordeelde dat de waarde van de woning op € 400.000 moet worden gesteld, conform het taxatierapport van de vrouw, en verwierp de door de man aangevoerde lagere WOZ-waarde en herstelkosten wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder stelde het hof vast dat de kwijtschelding van een schuld door de vader van de man aan de vrouw niet impliceert dat de man haar nog een bedrag verschuldigd is, waardoor de veroordeling tot betaling werd vernietigd. De man kon onvoldoende aantonen dat de andere woning deel uitmaakte van het te verrekenen vermogen, zodat ook die grief faalde.
Het hof bekrachtigde de overige beschikkingen van de rechtbank en wees het overige hoger beroep af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters in aanwezigheid van de griffier op 17 mei 2011.
Uitkomst: Het hof vernietigt de veroordeling tot betaling van € 8.382,22 door de man aan de vrouw en bekrachtigt de overige verdelingsbeschikkingen.