ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8187

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
parketnummer
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Asperen de Boer-Delescen
  • Bronkhorst
  • Bevaart
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 lid 3 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige hechtenis wegens ontbreken ernstige bezwaren bij duinbrandonderzoek

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Alkmaar die de voorlopige hechtenis van verdachte had bevolen en het verzoek tot schorsing daarvan had afgewezen.

De feiten betroffen het vermoeden van betrokkenheid van verdachte bij meerdere duinbranden. Verdachte was op relevante data in de directe omgeving van de branden, maakte filmopnames van een brand en toonde opmerkelijke belangstelling voor duinbranden. Tevens werden onjuiste verklaringen van verdachte vastgesteld.

Hoewel deze omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigen, oordeelde het hof dat de ernst van de bezwaren onvoldoende is om voorlopige hechtenis te handhaven, zoals vereist op grond van artikel 67 lid 3 Sv Pro. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en hief de voorlopige hechtenis op.

De beslissing werd genomen in raadkamer op 16 juni 2011 door de Twaalfde Meervoudige Strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam, waarbij ook de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte aanwezig waren.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte is opgeheven wegens het ontbreken van voldoende ernstige bezwaren.

Uitspraak

[ Parketnummer ]
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, TWAALFDE MEERVOUDIGE STRAFKAMER
BESCHIKKING in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[ Naam ]
tegen de beschikking van de rechtbank te Alkmaar van 19 mei 2011, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De feiten en de rechtsgang
Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Alkmaar van
20 mei 2011, waarbij namens verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. R. Polderman.
De beoordeling
Het hof is van oordeel dat thans niet langer kan worden gesproken van voldoende ernstige bezwaren tegen de verdachte om voortduring van de voorlopige hechtenis te rechtvaardigen. Het thans voorhanden dossier rechtvaardigt wel een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van de verdachte. Dat vermoeden is gebaseerd op de vaststelling dat de verdachte op de drie in casu relevante data in de direkte omgeving was van de plaatsen waar kort daarop een duinbrand werd ontdekt, dat de verdachte op een van die data op verschillende locaties filmopnames heeft gemaakt van de brand, dat de verdachte een opmerkelijke belangstelling voor duinbranden heeft en dat de verdachte op enkele punten aantoonbaar onjuist heeft verklaard. Bij gebreke van nadere onderzoeksresultaten leveren de genoemde feiten en omstandigheden evenwel niet langer de ernstige bezwaren op die ingevolge artikel 67 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering zijn vereist voor toepassing van voorlopige hechtenis. Het hof zal de voorlopige hechtenis derhalve opheffen.
De beslissing
Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.
HEFT OP de voorlopige hechtenis van verdachte.
Deze beschikking is gegeven op 16 juni 2011 in raadkamer van dit hof door
mr. Van Asperen de Boer-Delescen, voorzitter,mrs. Bronkhorst en Bevaart, raadsheren,
in tegenwoordigheid van Van Kalken als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
Amsterdam, 16 juni 2011,
de advocaat-generaal