ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen griffierecht na intrekking hoger beroep
Verzoekers zijn in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam, maar hebben dit hoger beroep vóór de behandeling ter terechtzitting ingetrokken. Desondanks heeft de griffier van het hof griffierecht in rekening gebracht. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze heffing en kwamen in verzet.
Het hof oordeelt dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzet omdat zij niet hebben gesteld of aangetoond het griffierecht te hebben betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid in verzet. Daarnaast overweegt het hof dat volgens artikel 3 lid 2 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) het griffierecht verschuldigd is bij indiening van het verzoekschrift, ongeacht of het beroep ontvankelijk is verklaard of later wordt ingetrokken.
Hieruit volgt dat het griffierecht terecht is geheven en het verzet ongegrond is. Het hof verklaart het verzet dan ook niet-ontvankelijk en bevestigt de beslissing van de griffier.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet tegen het griffierecht; griffierecht blijft verschuldigd ondanks intrekking hoger beroep.