ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ8060

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.080.642-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 2 WgbzArt. 29 lid 1 Wgbz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzet tegen griffierecht na intrekking hoger beroep

Verzoekers zijn in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam, maar hebben dit hoger beroep vóór de behandeling ter terechtzitting ingetrokken. Desondanks heeft de griffier van het hof griffierecht in rekening gebracht. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze heffing en kwamen in verzet.

Het hof oordeelt dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzet omdat zij niet hebben gesteld of aangetoond het griffierecht te hebben betaald, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid in verzet. Daarnaast overweegt het hof dat volgens artikel 3 lid 2 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) het griffierecht verschuldigd is bij indiening van het verzoekschrift, ongeacht of het beroep ontvankelijk is verklaard of later wordt ingetrokken.

Hieruit volgt dat het griffierecht terecht is geheven en het verzet ongegrond is. Het hof verklaart het verzet dan ook niet-ontvankelijk en bevestigt de beslissing van de griffier.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzet tegen het griffierecht; griffierecht blijft verschuldigd ondanks intrekking hoger beroep.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESCHIKKING
op het verzet op grond van artikel 29 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) van:
1. [ Verzoeker ], wonende te [ A ],
2. mr. K.S. LOILARGOSAIN, advocaat te Den Haag,
verzoekers.
1. De procedure
Bij op 7 januari 2011 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met producties, zijn verzoekers in verzet gekomen tegen de hierna te noemen beslissing van de griffier van dit hof van 24 december 2010.
Het hof heeft beschikking bepaald op heden.
2. Bestreden beslissing
Bij nota van 24 december 2010 heeft de griffier van dit hof in de zaak met zaaknummer 200.077.446/01 een bedrag van € 280,- aan griffierecht in rekening gebracht.
3. Verzoek
Verzoekers maken bezwaar tegen het in rekening brengen van griffierecht.
Daarbij stellen verzoekers dat zij weliswaar hoger beroep hebben ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam, sector civiel recht, van 16 november 2010, maar dat zij dit hoger beroep op 3 december 2010, voor de behandeling ter terechtzitting, hebben ingetrokken. Het hof was hiermee bekend, gezien ook het arrest van het hof van 10 december 2010. Verzoekers zijn van mening dat zij geen griffierecht verschuldigd zijn.
4. Beoordeling
4.1. Ingevolge artikel 29 lid 1 Wgbz Pro kan degene die griffierechten en verschotten heeft betaald gedurende een maand na die betaling tegen de beslissing van de griffier tot heffing van het griffierecht of de verschotten bij verzoekschrift in verzet komen bij het gerecht waaraan het griffierecht of de voorschotten werden betaald.
4.2. Uit het procesdossier blijkt niet dat verzoekers het griffierecht hebben betaald en ook hebben verzoekers dit niet gesteld noch aangetoond.
4.3. De conclusie is dat verzoekers niet-ontvankelijk zijn in hun verzet.
4.4. Ten overvloede overweegt het hof dat ingevolge artikel 3 lid 2 Wgbz Pro het griffierecht verschuldigd wordt bij de indiening van een verzoekschrift. Verzoekers hebben bij verzoekschrift beroep ingesteld. Daarmee zijn zij het griffierecht verschuldigd geworden, ongeacht of het beroep ontvankelijk is en/of later is ingetrokken.
4.5. Dit alles leidt tot de volgende beslissing.
5. Beslissing
Het hof verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzet.
Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J.J. Los, W.J. van den Bergh en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 maart 2011.