ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7560
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling van schade tussen WAM-verzekeraars na ernstige kop-staartbotsing met dodelijk en zwaar letsel
Op 21 augustus 2004 vond op de Rijksweg A1 bij het verkeersknooppunt Hoevelaken een ernstig verkeersongeval plaats tussen een Volkswagen Golf en een Audi. De bestuurder van de Volkswagen, verzekerd bij Amlin, reed met een te hoge snelheid en reed achterop de Audi, verzekerd bij LLBA. Door de botsing overleden twee volwassen inzittenden van de Audi en liepen drie kinderen zwaar letsel op.
In eerste aanleg werd vastgesteld dat Amlin voor 30% aansprakelijk was voor de schadevergoeding aan de slachtoffers. LLBA kwam hiertegen in hoger beroep, stellende dat Amlin volledig aansprakelijk is vanwege de ernstige verkeersfouten van haar verzekerde. Amlin stelde in incidenteel appel dat de aansprakelijkheid bij LLBA ligt vanwege onrechtmatig handelen van haar verzekerde.
Het hof oordeelde dat beide bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld: de Volkswagen reed te hard en onoplettend, terwijl de Audi gevaarzettend handelde door op de vluchtstrook te stoppen en achteruit de rijbaan op te rijden. De bijdrage in de schade is daarom causaal gelijk verdeeld (50/50). Er is geen aanleiding voor een billijkheidscorrectie. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, met uitzondering van de kosten in incidenteel appel die Amlin moet dragen.
De wettelijke rente over de schadevergoeding wordt toegewezen vanaf het moment van betaling. Het arrest vernietigt het bestreden vonnis en verklaart voor recht dat Amlin voor de helft moet bijdragen in de schadevergoeding aan de slachtoffers.
Uitkomst: Amlin wordt veroordeeld tot het betalen van de helft van de schadevergoeding aan de slachtoffers, vermeerderd met wettelijke rente, zonder toepassing van billijkheidscorrectie.