ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ6852
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering bank op houder rekening na frauduleuze overboeking afgewezen wegens onvoldoende bewijs
In deze civiele procedure vordert SNS Bank de betaling van €6.500,- van [Appellant], houder van een rekening waarop een frauduleuze overboeking was bijgeschreven. De rechtbank had de vordering in eerste aanleg bij verstek toegewezen wegens ongerechtvaardigde verrijking. [Appellant] kwam in verzet en voerde aan dat hij zijn rekening had opgeheven en geen beschikking meer had over de bankpas.
De rechtbank stelde vast dat de overboeking niet als onverschuldigde betaling kon worden aangemerkt, maar dat de verrijking van [Appellant] ongerechtvaardigd was. [Appellant] mocht bewijs leveren van zijn stelling dat hij niet over de rekening beschikte, maar slaagde daar niet in. Het hof oordeelde dat SNS Bank gemotiveerd had betwist dat de rekening was opgeheven en dat het aan [Appellant] was om concrete feiten te leveren ter onderbouwing van zijn stelling.
Omdat [Appellant] geen bewijs aanvoerde, werd zijn verzet ongegrond verklaard en het vonnis bekrachtigd. Hij werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en de proceskosten van het hoger beroep. Het hof verwierp tevens de klachten over de wijze van verstrekking van bankpassen en codes, omdat deze geen invloed hadden op de vaststaande verrijking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat SNS Bank toewijst de vordering van €6.500,- wegens ongerechtvaardigde verrijking tegen [Appellant].