ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4018
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing van ontruimingsvonnis wegens onvoldoende noodtoestand
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin hij werd veroordeeld tot ontruiming van een woning en betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Appellant verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis, stellende dat hem een noodtoestand zou treffen en dat de verhuurder, De Alliantie, geen redelijk belang had bij onmiddellijke executie.
Het hof heeft overwogen dat schorsing van tenuitvoerlegging slechts mogelijk is indien sprake is van misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld wanneer het vonnis berust op een duidelijke juridische of feitelijke misslag of wanneer de executie een noodtoestand veroorzaakt. Appellant heeft zijn stellingen onvoldoende toegelicht en kon niet aantonen dat het vonnis op een misslag berust of dat een noodtoestand dreigt.
Het belang van De Alliantie bij ontruiming behoeft niet te liggen in eigen gebruik van de woning. Het verzoek tot schorsing stuitte ook af op het beginsel dat de kans van slagen van het hoger beroep doorgaans buiten beschouwing blijft bij de beoordeling van schorsing.
Daarom heeft het hof de incidentele vordering tot schorsing afgewezen en het oordeel over proceskosten aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf is verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis af wegens onvoldoende onderbouwing.