ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ3946
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugvordering onverschuldigd betaald loon wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een arbeidsrechtelijk geschil tussen ABN AMRO en een werknemer die sinds 1987 een WAO-uitkering ontving. De WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De werknemer weigerde haar werkzaamheden of passende arbeid te hervatten, terwijl de werkgever loon bleef doorbetalen.
De werkgever vorderde terugbetaling van het onverschuldigd betaalde loon over de periode van 5 februari 2004 tot 1 april 2007. De kantonrechter wees een deel van de vordering toe en oordeelde dat de werkgever haar recht op terugvordering voor het eerdere deel had verwerkt. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat de werknemer geen beroep op rechtsverwerking kan doen omdat zij niet tijdig navraag heeft gedaan over de voortgezette loonbetalingen, terwijl de werkgever duidelijk had medegedeeld dat loonbetaling zou worden stopgezet bij werkweigering.
Het hof oordeelde dat de werknemer onvoldoende feiten had gesteld om aan te tonen dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat het loon onverschuldigd was betaald. De vordering tot terugbetaling van € 78.176,70 bruto, vermeerderd met wettelijke rente, werd toegewezen. De werknemer werd tevens veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De werknemer is veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigd betaald loon over de periode van 5 februari 2004 tot 1 april 2007.