ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door ontruiming en verwijdering van eigendommen op stalterrein
Appellant gebruikte gedurende jaren het terrein van de broer van geïntimeerde voor het stallen van koeien. Na opname van de broer in een psychiatrische inrichting gaf geïntimeerde opdracht tot opruimwerkzaamheden en liet zij zonder overleg hooi en andere goederen van appellant verwijderen. Appellant vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis. Het hof oordeelde dat er sprake was van een (duur)overeenkomst tussen appellant en de eigenaar van het terrein, die geïntimeerde niet kon beëindigen. De gedragingen van geïntimeerde, waaronder het faciliteren en uitvoeren van de ontruiming, waren onrechtmatig jegens appellant.
Het hof stelde vast dat geïntimeerde op de hoogte was van de afspraken en dat zij de belangen van appellant heeft geschaad door het terrein te ontruimen en toegang te ontzeggen. De schade, waaronder stallingskosten en de waarde van het verloren hooi, werd toegewezen en geïntimeerde werd veroordeeld tot betaling van € 5.125,- plus wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van € 5.125,- schadevergoeding aan appellant wegens onrechtmatige daad.