ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9686

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 februari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.080.421/01OK
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing bindend adviseur na minnelijke regeling tussen Jomaco B.V. en Sjiena B.V.

In de zaak tussen Jomaco B.V. (verzoekster) en Sjiena B.V. (verweerster) heeft de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam op 28 februari 2011 een beschikking gegeven. Tijdens de openbare terechtzitting van 24 februari 2011 hebben partijen een minnelijke regeling getroffen, waarin zij gezamenlijk hebben verzocht om de aanwijzing van een bindend adviseur.

De Ondernemingskamer heeft dit verzoek gehonoreerd en mr. H.C. den Hollander te Laren aangewezen als bindend adviseur, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van de zitting. Deze aanwijzing volgt op de overeenkomst tussen partijen en is bedoeld om verdere geschilpunten bindend te adviseren.

De beschikking is uitgesproken in aanwezigheid van de raadsheren en griffier, waarbij de voorzitter niet in staat was de beschikking mede te ondertekenen. De procedure betreft een civielrechtelijke ondernemingskamerzaak met betrekking tot geschillen tussen besloten vennootschappen.

Uitkomst: Aanwijzing van mr. H.C. den Hollander als bindend adviseur na minnelijke regeling tussen partijen.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
BESCHIKKING in de zaak met rekestnummer 200.080.421/01 OK van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JOMACO B.V.,
gevestigd te Riel,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.A.A. Voermans, kantoorhoudende te Zaltbommel,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SJIENA B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. S.J. Bruins Slot, kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch.
1. Het verloop van het geding
1.1 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar het proces-verbaal van het verhandelde ter openbare terechtzitting in deze zaak van 24 februari 2011.
2. De gronden van de beslissing
2.1 Ter terechtzitting van 24 februari 2011 hebben de in dat proces-verbaal genoemde partijen een minnelijke regeling getroffen, van welke minnelijke regeling deel uitmaakt het verzoek aan de Ondernemingskamer om een bindend adviseur aan te wijzen, een en ander zoals vastgelegd in het proces-verbaal. De Ondernemingskamer zal thans overeenkomstig dat verzoek de hierna te vermelden persoon als bindend adviseur aanwijzen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als bindend adviseur zoals bedoeld in het proces-verbaal van het behandelde ter terechtzitting in deze zaak van 24 februari 2011: mr. H.C. den Hollander te Laren.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. A.M. van Amsterdam en mr. G.C. Makkink, raadsheren, E.R. Bunt en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. K.M. van Hassel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 28 februari 2011.
De voorzitter is buiten staat deze beschikking – mede – te ondertekenen.