ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7919
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens weigering passende herplaatsing na detachering bij gemeente Amsterdam
De werknemer was van februari 2006 tot maart 2008 gedetacheerd bij de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente Amsterdam via Stichting Pantar. Na een conflict bij DWI werd de detachering beëindigd en bood Pantar de werknemer drie externe functies en een tijdelijke interne werkplek aan, die de werknemer weigerde. Pantar zegde daarop de arbeidsovereenkomst op wegens deze weigeringen.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat Pantar onvoldoende had gedaan om een passende functie te vinden en dat het ontslag zijn re-integratietraject onderbrak. De rechtbank oordeelde anders, maar de werknemer ging in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat de werknemer de functie als verenigingsassistent mocht weigeren vanwege zijn rugklachten en dat de functie als baliemedewerker bij DWI passend was, maar de werknemer deze weigerde vanwege het eerdere conflict. De tijdelijke interne plaatsing bij Pantar was volgens het hof algemeen geaccepteerde arbeid en passend onder de omstandigheden. De weigering van deze functies vormde een voldoende zwaarwegende grond voor ontslag.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van de werknemer af. De proceskosten in eerste aanleg werden gecompenseerd en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.