ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7570
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- D.J. Oranje
- Rechtspraak.nl
Matiging boete wegens te late levering appartement door beschikkingsonbevoegdheid verkoper
In deze zaak ging het om een geschil over een boetebeding in een koopovereenkomst voor een appartement, waarbij de levering vertraagd was vanwege de noodzaak toestemming van de voormalige Portugese echtgenoot van de verkoopster. De verkopers werden aangesproken op een boete van €62.400 wegens 100 dagen vertraging. De rechtbank matigde deze boete tot €40.000.
De verkopers stelden in hoger beroep dat zij niet tekortgeschoten waren omdat zij niet op de hoogte waren van de beschikkingsonbevoegdheid van de verkoopster, voortkomend uit haar eerdere huwelijk, en dat de notaris tekort was geschoten in haar onderzoeksplicht. Ook voerden zij aan dat de boete buitensporig was en dat de kopers de schade niet voldoende hadden beperkt. Het hof oordeelde dat de beschikkingsonbevoegdheid reeds bestond bij het sluiten van de koop en dat dit voor rekening van de verkopers kwam. Het beroep op dwaling en overmacht faalde.
Het hof verwierp ook het verweer dat de kopers de boete niet konden inroepen vanwege het niet aanvaarden van voorstellen tot schadebeperking. Wel oordeelde het hof dat de hoogte van de boete buitensporig was gelet op de verhouding tot de werkelijke schade en de omstandigheden, waaronder het feit dat de vertraging niet volledig aan de verkopers te wijten was. De boete werd daarom bevestigd op €40.000. Daarnaast werd de wettelijke rente over de boete vastgesteld vanaf 5 februari 2008, de datum van dagvaarding, en niet vanaf 20 juli 2007 zoals de rechtbank had bepaald.
Uitkomst: Boete wegens te late levering gematigd tot €40.000 met rente vanaf 5 februari 2008.