ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6664
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.M. Steinhaus
- W.M.C. Tilleman
- N.F. van Manen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt moordvonnis met sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid door depressie en medicatie
De verdachte heeft op 5 september 2008 haar echtgenoot en dochter met een bijl om het leven gebracht, na een periode van ernstige depressie en conflicten in huis. Zij had het voornemen om zelfmoord te plegen en besloot haar gezin mee te nemen in haar dood. Na het plegen van de feiten probeerde zij zelfmoord te plegen.
Tijdens het hoger beroep werd uitgebreid medisch en gedragskundig onderzoek verricht, waarbij verschillende deskundigen betrokken waren. Er was consensus over de ernstige depressieve stoornis en de bipolaire stoornis van de verdachte, evenals over de rol van het antidepressivum paroxetine, dat mogelijk een katalyserende rol heeft gespeeld bij het ontstaan van een raptus-achtige toestand.
Hoewel sommige deskundigen pleitten voor volledige ontoerekeningsvatbaarheid, oordeelde het hof dat dit onvoldoende overtuigend was onderbouwd. Het hof volgde het advies om de verdachte als sterk verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De bewezenverklaring van moord met voorbedachte raad werd gehandhaafd, mede gelet op het tijdsverloop en de voorbereidingen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde een gevangenisstraf van zeven jaar op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de beperkte toerekeningsvatbaarheid en het leed van de verdachte zelf. De straf dient vooral ter bevestiging van de maatschappelijke norm tegen doden en als uitdrukking van het onherstelbare leed voor de nabestaanden.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens moord met sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid.