ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6470
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen minimale afnameverplichting en afwijzing schadevergoeding bij beëindiging overeenkomst tussen Duchefa en Ratiopharm
Duchefa en Ratiopharm sloten een loonverpakkingscontract met een looptijd van drie jaar, automatisch verlengd, met een opzegtermijn van zes maanden. Ratiopharm zegde de overeenkomst op en deed na de opzegging geen bestellingen meer bij Duchefa. Duchefa stelde dat Ratiopharm een minimale afnameverplichting had en dat zij toerekenbaar tekort was geschoten door niet te bestellen tijdens de opzegtermijn, waardoor zij schade leed.
De rechtbank en het hof onderzochten de overeenkomst, annexen en getuigenverklaringen. Uit de contracttekst en verklaringen bleek dat er geen vaste minimale afnameverplichting bestond; de jaarafzet was een indicatie en wijzigingen moesten in overleg worden besproken. De opzegtermijn was formeel gerespecteerd, maar materieel niet omdat Ratiopharm niet bestelde. Toch was dit niet toerekenbaar tekortschieten omdat Duchefa op de hoogte was van gewijzigde marktomstandigheden en geen concrete schadeberekening had gemaakt.
Het hof oordeelde dat Duchefa onvoldoende bewijs leverde voor een minimale afnameplicht en dat de vordering tot schadevergoeding faalde. De bestreden vonnissen werden bekrachtigd en Duchefa werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van Duchefa af wegens ontbreken van een minimale afnameverplichting en toerekenbaar tekortschieten.