ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4834
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- G.C.C. Lewin
- J.M.F.X. van Veggel
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke geschil over achterlaten veranderingen in gehuurde bedrijfsruimte
Partijen sloten in 1998 een huurcontract voor een bedrijfsruimte, waarbij de huurder op eigen kosten diverse veranderingen aanbracht, waaronder een geluiddichte ruimte. Na opzegging van de huur in 2004 ontstond discussie over het achterlaten van deze veranderingen. De verhuurder eiste verwijdering en betaling van huur en kosten.
De huurder vorderde vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking, stellende dat de verhuurder profiteerde van de aangebrachte verbeteringen. Het hof oordeelde dat onvoldoende feiten waren gesteld om profijt van de verhuurder aan te nemen en wees de vordering af.
Het hof overweegt dat de huurder bij aanvang van de huur redelijkerwijs moest begrijpen dat veranderingen ongedaan gemaakt moesten worden, tenzij anders overeengekomen. Het laat de huurder toe bewijs te leveren van een dergelijke afspraak. Voorlopig wordt een gebruiksvergoeding over april 2004 en verwijderingskosten toegewezen, maar niet over de maanden mei tot en met augustus.
De borgsom wordt in mindering gebracht op de openstaande huur. Het hof houdt verdere beslissing aan voor bewijslevering en nadere beoordeling.
Uitkomst: Huurder mag bewijs leveren dat veranderingen mochten blijven; gebruiksvergoeding april 2004 en verwijderingskosten toegewezen, borgsom in mindering gebracht.