ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2670
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Toelating lichamelijk gehandicapt kind tot regulier basisonderwijs na onrechtmatige verwijdering
Ouders van een lichamelijk gehandicapt kind vorderden in kort geding dat de stichting hun kind weer zou toelaten tot een reguliere basisschool onder haar ressort. De stichting had het kind verwijderd wegens een vertrouwensbreuk en handelingsverlegenheid, waarbij zij stelde dat het kind niet geschikt was voor regulier onderwijs vanwege lichamelijke beperkingen, gedragsproblemen en achterblijvende leerprestaties.
Het hof stelde vast dat het kind een cluster 3-indicatie heeft en geen ernstige cognitieve of gedragsproblemen die verwijdering rechtvaardigen. Een deskundigenrapport concludeerde dat het kind over gemiddeld intellectuele mogelijkheden beschikt met beperkingen passend bij zijn problematiek. De vertrouwensbreuk werd onvoldoende geacht om verwijdering te rechtvaardigen, mede gezien het grote belang van scholing en de mogelijkheid tot plaatsing op een andere school binnen de stichting.
Het hof oordeelde dat de stichting onrechtmatig had gehandeld door het kind te verwijderen en veroordeelde haar om het kind binnen 14 dagen toe te laten tot groep 4 van een onder haar ressorterende basisschool. Tevens werd de stichting veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De stichting is veroordeeld het lichamelijk gehandicapte kind binnen 14 dagen toe te laten tot regulier basisonderwijs wegens onrechtmatige verwijdering.