ECLI:NL:GHAMS:2011:BP1465
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- R.G. Kemmers
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en ouderschapsregeling zonder ouderschapsplan
Partijen zijn in 1984 gehuwd en hebben twee kinderen geboren in 1999. De vrouw verzocht in eerste aanleg de echtscheiding uit te spreken, een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vast te stellen, en de verdeling van de gemeenschap van goederen te regelen. De rechtbank verklaarde haar niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een ouderschapsplan.
De vrouw kwam in hoger beroep en stelde dat het ontbreken van een ouderschapsplan niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat zij geen contact had met de man. Het hof oordeelde dat het niet overleggen van een ouderschapsplan in deze situatie niet tot niet-ontvankelijkheid leidt en verklaarde de vrouw ontvankelijk.
Het hof wees de verzoeken van de vrouw toe: de echtscheiding werd uitgesproken, de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding werd vastgesteld op €530 per kind per maand, de hoofdverblijfplaats van de kinderen werd bij de vrouw vastgesteld, en een omgangsregeling werd toegewezen. De verdeling van de gemeenschap van goederen werd ook bevolen met benoeming van onzijdige personen voor het geval van geschil.
De ouderschapsafspraken in de brief van de vrouw werden niet als bindend beschouwd omdat de man daarop niet had gereageerd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve ten aanzien van de echtscheiding.
Uitkomst: Het hof verklaart de vrouw ontvankelijk en wijst haar verzoeken tot echtscheiding, bijdrage in kosten, hoofdverblijfplaats en omgang toe.