ECLI:NL:GHAMS:2011:BP0950
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.E. Doek
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vanwege angst en verleden huiselijk geweld
De man verzocht om vaststelling van een omgangsregeling met zijn kinderen, welke door de rechtbank was afgewezen. De man was in het verleden veroordeeld voor bedreiging van de vrouw en er was sprake van huiselijk geweld, wat leidde tot angst bij de kinderen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde af te wijken van het uitgangspunt van omgang vanwege de zwaarwegende belangen van de kinderen.
Het hof overwoog dat de kinderen sinds maart 2008 geen contact met de man hadden en dat hun angst voortkomt uit het agressieve gedrag en mishandelingen in het verleden. De man had zijn behandeling gestopt en het was niet gebleken dat hij zijn leven had verbeterd. De angst van de kinderen zou hun sociaal-emotionele ontwikkeling ernstig kunnen schaden bij gedwongen omgang.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen zwaarder weegt dan het recht van de man op omgang en bekrachtigde de beschikking die het omgangsrecht ontzegde, zonder termijn, zodat de kinderen zich in rust kunnen ontwikkelen. De man kan bij wijziging van omstandigheden opnieuw een verzoek indienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontzegging van het omgangsrecht van de man met zijn kinderen vanwege hun angst en het verleden van huiselijk geweld.