Uitspraak
mr. A.W. Brantjeste Amsterdam.
mr. P. de Voste Amsterdam
,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert Proprof, een vereniging die betaald voetbalspelers vertegenwoordigt, incidenteel tussenkomst in een lopende procedure tussen de Centrale Spelersraad (CSR) en diverse betaald voetbalclubs en de KNVB. Proprof stelt dat zij een zelfstandig belang heeft bij de procedure, omdat het portretrecht van haar leden erkend moet worden.
De voetbalclubs en de KNVB verzetten zich tegen deze vordering en wijzen erop dat Proprof onvoldoende heeft toegelicht waarom een eigen vordering noodzakelijk is en wat de inhoud daarvan is. Ook wordt gewezen op het eerdere standpunt van Proprof dat voeging voor belangenbehartiging voldoende zou zijn.
Het hof oordeelt dat hoewel tussenkomst na voeging mogelijk is, dit goed gemotiveerd moet worden. De vordering van Proprof is te algemeen en onvoldoende onderbouwd, waardoor de vordering wordt afgewezen. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering van Proprof tot tussenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.