Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
APPELLANT,
advocaat:
mr. A. Rijkelijkhuizente Amstelveen,
wonende te [woonplaats] ,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat:
mr. B.R. Boer-Kühnte Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en gescheiden in 1986. De vrouw vordert alsnog verdeling van het pensioen dat de man tijdens het huwelijk bij het ABP heeft opgebouwd, omdat dit destijds niet is verdeeld.
De man stelt dat partijen een overeenkomst sloten waarbij de vrouw afstand deed van haar pensioenrechten in ruil voor een bedrag van 15.000 gulden op een spaarrekening die aan haar toebehoorde. Hij voert ook rechtsverwerking aan en betwist de verdeling van het weduwepensioen.
Het hof oordeelt dat de vrouw voldoende heeft gemotiveerd dat het bedrag op de spaarrekening niet tot de gemeenschap behoorde en dat de man dit niet heeft bewezen. Rechtsverwerking wordt verworpen omdat enkel tijdsverloop onvoldoende is en bijzondere omstandigheden ontbreken. De waarde van het opgebouwde pensioen valt binnen de gemeenschap van goederen en het bijzonder weduwepensioen blijft gereserveerd voor de vrouw.
De grieven van de man falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. De proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van de man af.