ECLI:NL:GHAMS:2010:CA2968
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- A.N. van de Beek
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over overeenkomst achtergestelde geldlening tussen samenwoners
Partijen, die van januari 2003 tot januari 2008 een relatie hadden, sloten in december 2004 een overeenkomst van achtergestelde geldlening waarbij de vrouw als schuldenaar en de man als schuldeiser optrad. De vrouw betaalde enkele bedragen terug, maar stelde dat de lening een risicodragende investering was, terugbetaling alleen bij succes van de onderneming, en beriep zich op verrekening vanwege haar bijdragen aan de gezamenlijke huishouding.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van €18.000,- plus wettelijke rente en kosten. De vrouw kwam in hoger beroep met het verzoek het vonnis te vernietigen en de man niet-ontvankelijk te verklaren, althans de vordering af te wijzen. Het hof oordeelde dat de overeenkomst van geldlening vaststaat en dat de stellingen van de vrouw over een risicodragende investering en verrekening niet opgaan. De vrouw had onvoldoende bewijs geleverd voor een door haar gestelde betaling van €823,-.
Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de betaling van €18.000,- betrof, en veroordeelde de vrouw tot betaling van €15.700,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 april 2005 tot 1 augustus 2009 over €18.000,- en vanaf 1 augustus 2009 tot volledige betaling over €15.700,-. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat deze niet voldoende waren onderbouwd. De vrouw werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor zover de vrouw is veroordeeld tot betaling van €18.000,- en veroordeelt haar tot betaling van €15.700,- met wettelijke rente, bekrachtigt het vonnis voor het overige en wijst het meer gevorderde af.