ECLI:NL:GHAMS:2010:BV2334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging effectenleaseovereenkomst door echtgenoot verjaard
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst die door de echtgenote is aangegaan zonder schriftelijke toestemming van haar echtgenoot, wat volgens artikel 1:88 BW Pro vereist is. De echtgenoot heeft de overeenkomst buitengerechtelijk proberen te vernietigen, maar het hof oordeelt dat deze bevoegdheid tot vernietiging is verjaard omdat hij meer dan drie jaar bekend was met het bestaan van de overeenkomst.
De vorderingen van de echtgenoot en echtgenote tot vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling van betaalde bedragen worden afgewezen. De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld wordt gedeeltelijk toegewezen. Het hof benadrukt dat alleen de echtgenoot bevoegd is om een vernietigingsgrond in te roepen en dat deze bevoegdheid niet kan worden uitgeoefend na verjaring.
De klacht van Dexia tegen de schadevergoedingsplicht wordt niet tot vernietiging van het vonnis geleid. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de appellanten in de proceskosten van het hoger beroep, terwijl Dexia in het incidenteel beroep in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: De bevoegdheid tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomst door de echtgenoot is verjaard, waardoor de overeenkomst in stand blijft en de restschuld door de echtgenote moet worden voldaan.