ECLI:NL:GHAMS:2010:BV2332
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid echtgenote tot vernietiging effectenleaseovereenkomsten is verjaard
Appellant is in 1998 en 1999 vier effectenleaseovereenkomsten aangegaan met Dexia Bank Nederland N.V. Zijn echtgenote heeft in 2004 de overeenkomsten buitenrechtelijk vernietigd wegens het ontbreken van haar toestemming zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro. De kantonrechter wees de vordering tot vernietiging en terugbetaling af wegens verjaring van deze bevoegdheid.
In hoger beroep betoogt appellant dat de verjaring niet is ingetreden omdat zijn echtgenote pas eind 2002 bekend zou zijn geworden met de leaseovereenkomsten. Het hof stelt vast dat betalingen op de gezamenlijke en/of-bankrekening van appellant en zijn echtgenote vanaf november 2000 kenbaar maakten dat de echtgenote met het bestaan van de overeenkomsten bekend was.
De stellingen van appellant dat zijn echtgenote de bankafschriften niet heeft ingezien of niet begreep vanwege taalproblemen worden door het hof niet geloofd. De echtgenote was al sinds 1987 in Nederland en de afschriften waren eenvoudig te begrijpen. Het hof concludeert dat de bevoegdheid tot vernietiging reeds in november 2000 is komen te staan en derhalve in 2004 was verjaard.
Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De bevoegdheid van de echtgenote tot vernietiging van de leaseovereenkomsten is verjaard, waardoor het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.