ECLI:NL:GHAMS:2010:BQ0896
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Huijzer
- M.A. Goslings
- E.E. van Tuyll van Serooskerken-Roell
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake voortzetting onderhuurovereenkomst en ontruiming woning
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter waarin zijn vorderingen tot ontruiming van een woning en schadevergoeding wegens niet-nakoming van een onderhuurovereenkomst zijn afgewezen. Appellant stelde dat de onderhuurovereenkomst die hij met geïntimeerde 2 had gesloten, door de hoofdverhuurder Sjopperdepop was voortgezet op grond van artikel 7:269 lid 1 BW Pro.
Het hof heeft vastgesteld dat de feiten die door de kantonrechter als uitgangspunt zijn genomen niet in geschil zijn. Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende heeft bewezen dat hij feitelijk in de woning verbleef en dat er een geldige onderhuurovereenkomst bestond. Diverse verklaringen spraken elkaar tegen, waarbij getuigen verklaarden dat appellant elders woonde en geïntimeerde 2 zelf in de woning verbleef.
Ook de stelling dat de zolderkamer als zelfstandige woonruimte werd verhuurd werd betwist en onvoldoende onderbouwd. Het hof concludeert dat het beroep op voortzetting van de onderhuurovereenkomst nader onderzoek behoeft en dat de voorlopige voorziening niet toewijsbaar is.
Daarom worden de grieven van appellant verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van voortzetting onderhuurovereenkomst en feitelijk verblijf.