ECLI:NL:GHAMS:2010:BP3557
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen reorganisatieontslag met outplacement en voorafgaand ander werk
Appellant was sinds 1988 in dienst van UWV en werd in 2007 boventallig verklaard door een reorganisatie. UWV bood hem outplacementbegeleiding en interne en externe functies aan, die appellant niet aannam. Op 27 mei 2008 werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 oktober 2008.
Appellant vond vanaf 1 juni 2008 ander betaald werk, maar meldde dit niet aan UWV en bleef salaris ontvangen tot einde dienstverband. Hij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de gevolgen voor hem en vorderde schadevergoeding. De kantonrechter wees zijn vorderingen af.
In hoger beroep bevestigde het hof dat het ontslag was gebaseerd op bedrijfseconomische redenen en dat UWV voldoende inspanningen had verricht om appellant te herplaatsen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat het ontslag kennelijk onredelijk was, mede omdat hij al ander werk had en geen toelichting gaf op de financiële gevolgen.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep. Het ontslag werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag en oordeelt dat het niet kennelijk onredelijk is.