ECLI:NL:GHAMS:2010:BP2901
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H. van Loo
- M.A.M. Vaessen
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie met niet-wijzigingsbeding en inkomensdaling
Partijen zijn in 1996 gehuwd en in 2006 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is een partneralimentatie van €5.500 bruto per maand overeengekomen met een beding van niet-wijziging, tenzij sprake is van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. De man heeft zijn inkomen aanzienlijk zien dalen na ontslag en het worden van zelfstandig ondernemer. Hij verzocht de rechtbank de alimentatie te verlagen.
De rechtbank wees dit verzoek af vanwege het niet-wijzigingsbeding. Het hof bevestigt deze beslissing, overwegende dat het beding duidelijk en zonder voorbehoud is overeengekomen. De man nam het risico van inkomensdaling voor zijn rekening, mede omdat hij vrijwillig ondernemer werd. De gestelde verslechtering van zijn gezondheid werd onvoldoende bewezen.
Het hof oordeelt dat geen ingrijpende wijziging van omstandigheden is aangetoond die het niet-wijzigingsbeding doorbreekt. De man wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, behalve ten aanzien van de proceskosten die worden toegewezen aan de vrouw.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van partneralimentatie af en bekrachtigt het niet-wijzigingsbeding.