ECLI:NL:GHAMS:2010:BP2701
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.F. Faase
- J. den Boer
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling kwijtscheldingswinst na staking onderneming horeca
Belanghebbende dreef tot februari 2005 een horeca-onderneming die werd gestaakt. In 2005 werd een lening van € 82.188 door de schuldeiser kwijtgescholden. Het te verrekenen verlies uit voorgaande jaren bedroeg € 132.795. Belanghebbende claimde vrijstelling van de kwijtscheldingswinst op grond van artikel 3.13 Wet IB 2001.
De rechtbank Haarlem oordeelde dat eerst de verliezen uit voorgaande jaren moeten worden verrekend met de kwijtscheldingswinst, waarbij het moment van staking niet bepalend is. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het standpunt van belanghebbende dat eerst de stakingswinst verrekend moet worden voordat de vrijstelling wordt toegepast.
Daarnaast wees het hof het betoog af dat de schuld na staking naar het privévermogen zou zijn overgegaan en dat de kwijtschelding daarom in box 3 zou vallen. De kwijtscheldingswinst wordt als nagekomen bedrijfsbate in box 1 belast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de kwijtscheldingswinst is niet vrijgesteld en wordt belast in box 1.