ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0280
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.P.P. Hoekstra
- N.F. van Manen
- J.J. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bijstandsfraude wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding
De verdachte werd beschuldigd van het valselijk opmaken van inkomstenverklaringen en het opzettelijk niet verstrekken van gegevens aan de Sociale Dienst, waardoor zij ten onrechte een bijstandsuitkering voor alleenstaande ouders ontving.
Het hof oordeelde dat sprake was van een gezamenlijke huishouding tussen de verdachte en de medeverdachte, ondanks het ontbreken van een affectieve relatie. Dit werd onderbouwd door gezamenlijke zorg voor het kind, financiële bijdragen en het delen van woonruimte gedurende de ten laste gelegde periode.
De verdachte verzweeg deze situatie bewust aan de Sociale Dienst, waardoor zij een bedrag van circa €98.200 ten onrechte ontving. De verdediging voerde aan dat er geen gezamenlijke huishouding was en dat er geen opzet was, maar deze verweren werden verworpen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een werkstraf van 150 uur, met vervangende hechtenis bij niet-nakoming.
De straf werd gematigd mede vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, het terugbetalen van een deel van het benadelingsbedrag en de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 150 uur werkstraf wegens bijstandsfraude.