ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9493
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.M.D. Aardema
- C.P.E. Meewisse
- J. Bevaart
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bezit vervalst reisdocument ondanks afgewezen asielverzoek
De verdachte werd beschuldigd van het bezit van een vervalst nationaal paspoort van Sri Lanka op Schiphol op 22 januari 2010. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een maand gevangenisstraf. De verdediging stelde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege de nog lopende asielprocedure en de bescherming op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag.
Het hof oordeelde dat op het moment van de eerste uitspraak de asielprocedure nog niet onherroepelijk was, maar dat deze inmiddels definitief was beëindigd waarbij vastgesteld is dat de verdachte niet als vluchteling kan worden aangemerkt. Het hof verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer en stelde dat het openbaar ministerie zorgvuldig had gehandeld.
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het vervalste paspoort bezat waarvan hij wist of moest vermoeden dat het vervalst was. Het hof achtte de strafbaarheid van het feit en de verdachte bewezen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke situatie van de verdachte, legde het hof een gevangenisstraf van vier weken op, met aftrek van de reeds doorgebrachte voorlopige hechtenis.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. De verbeurdverklaring van de in beslag genomen bescheiden werd gehandhaafd. Het arrest werd uitgesproken door de derde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 oktober 2010.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf voor bezit van vervalst paspoort.