ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8238
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet tijdige instelling en vordering onder appelgrens
Appellant is in eerste aanleg niet verschenen bij de kantonrechter, die een vonnis op tegenspraak heeft gewezen. Het hoger beroep is niet binnen de wettelijke termijn ingesteld en de vordering was lager dan de appelgrens van fl. 3.500,-. Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn gesteld van het vonnis en dat de dagvaarding niet aan hem was betekend.
Het hof overweegt dat indien de dagvaarding niet correct is betekend, appellant het rechtsmiddel van verzet had kunnen gebruiken, maar omzetting van rechtsmiddelen niet mogelijk is. Misbruik van procesrecht door geïntimeerde kan in een executiegeschil aan de orde worden gesteld, maar biedt geen grond voor ontvankelijkheid in hoger beroep.
Om proceseconomische redenen verwijst het hof niet naar de rechtbank als destijds bevoegde appelrechter. De kosten van het hoger beroep worden aan appellant opgelegd omdat hij in het ongelijk is gesteld. Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep en begroot de proceskosten voor geïntimeerde op nihil.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdige instelling en vordering onder de appelgrens.