ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7218
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- W.J. Noordhuizen
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tussentijdse beëindiging opdracht en redelijke loon bij financiering windmolenpark
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de opdrachtnemer, die werkzaamheden verrichtte voor de financiering van een windmolenpark, recht had op loon na tussentijdse beëindiging van de opdracht door de maatschap. De opdrachtnemer had vanaf 1994 tot 2000 diverse inspanningen verricht, waaronder contacten met banken en subsidieaanvragen, die uiteindelijk hebben geleid tot de financiering en realisatie van het windmolenpark.
De maatschap stelde dat de opdrachtnemer geen recht had op loon omdat zij niet als deskundig adviseur had gehandeld en dat haar werkzaamheden niet tot voordeel hadden gestrekt. Ook werd aangevoerd dat de opdrachtnemer vertrouwelijke informatie zonder toestemming aan de bank had verstrekt, wat leidde tot beëindiging van de opdracht.
Het hof overwoog dat ondanks de onjuiste taakopvatting van de opdrachtnemer en het verstrekken van informatie zonder afstemming, haar werkzaamheden wel degelijk hebben bijgedragen aan het voordeel van de maatschap. De beëindiging van de opdracht was gerechtvaardigd, maar dit betekent niet dat zij geen vergoeding toekomt. Het hof stelde het loon vast op €25.000 inclusief BTW, rekening houdend met het aantal gewerkte uren en de omstandigheden van de zaak.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het een hoger bedrag toekende en veroordeelde de maatschap tot betaling van het redelijke loon met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het ongelijk waren gesteld.
Uitkomst: De maatschap is veroordeeld tot betaling van €25.000 inclusief BTW plus wettelijke rente aan de opdrachtnemer.