ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7180
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.A. Joustra
- W.J. Noordhuizen
- E.H.J. Schrage
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurbetaling na beëindiging franchiseovereenkomst zonder schriftelijke huurovereenkomst
In deze zaak staat centraal of [appellant] betaling van huurpenningen kan vorderen van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] over de periode na beëindiging van een franchiseovereenkomst. De franchiseovereenkomst tussen Genesis Eindhoven en [geïntimeerde 1] werd ontbonden en partijen sloten vaststellingsovereenkomsten waarin de beëindiging werd geregeld.
[Appellant] stelt dat er een afspraak was over huurbetaling van het bedrijfspand, ondanks het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst. Zij baseert zich op een e-mail van 26 maart 2004 en vaststellingsovereenkomsten, alsmede op verklaringen van getuigen die een huurovereenkomst zouden hebben opgesteld en toegezonden.
Het hof oordeelt dat geen schriftelijke huurovereenkomst tot stand is gekomen en dat de enige schriftelijke afspraak in de e-mail van maart 2004 inhoudt dat huur verschuldigd is indien een nieuwe huurovereenkomst na 1 januari 2005 wordt gesloten. Omdat die overeenkomst niet tot stand kwam, zijn geen huurpenningen verschuldigd. De vaststellingsovereenkomsten erkennen geen huurverplichting en de getuigenverklaringen worden door het hof niet overtuigend geacht. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering af.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot betaling van huurpenningen af wegens het ontbreken van een huurovereenkomst en onvoldoende bewijs.