ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6424
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- G.J. Driessen-Poortvliet
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag wegens veiligheidsrisico en betrokkenheid vader
Partijen waren gehuwd en hebben een minderjarige uit hun huwelijk. Na ontbinding van het huwelijk woonde de minderjarige bij de moeder. De moeder verzocht om wijziging van het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag, omdat er sprake was van een onaanvaardbaar risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders.
De vader was niet verschenen in de procedure en gaf geen verweer. Uit het dossier bleek dat de relatie tussen partijen gekenmerkt werd door bedreigingen en geweld van de vader, waardoor de moeder de echtelijke woning verliet en op een onbekend adres woonde. De vader had feitelijk geen invulling gegeven aan het ouderlijk gezag en was niet betrokken bij het leven van de minderjarige.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het eenhoofdig gezag toe te kennen aan de moeder. Het hof oordeelde dat dit in het belang van de minderjarige was en vernietigde de eerdere beschikking die het verzoek had afgewezen. De moeder werd belast met het eenhoofdig gezag, met de kanttekening dat het voor de identiteit van het kind belangrijk is te weten wie de biologische vader is.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en vernietigt de eerdere afwijzing.