ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4674
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging gesloten uithuisplaatsing wegens onrechtmatige mondelinge vermeerdering verzoek
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van [de dochter] tegen een beschikking van de kinderrechter waarin een machtiging tot gesloten uithuisplaatsing is verleend voor een langere periode dan schriftelijk door de Raad voor de Kinderbescherming was verzocht.
De Raad had schriftelijk verzocht om een machtiging voor drie maanden, maar heeft ter zitting mondeling een verlenging tot de meerderjarigheid van [de dochter] gevraagd. De kinderrechter heeft dit mondeling vermeerderde verzoek toegewezen, ondanks het ontbreken van schriftelijke wijziging.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 283 jo Pro. 130 Rv schriftelijkheid vereist is voor wijziging of vermeerdering van verzoeken zolang geen eindbeschikking is gegeven, zeker bij vrijheidsbenemende maatregelen. De mondelinge vermeerdering voldoet hier niet aan en had buiten beschouwing moeten blijven.
Daarom vernietigt het hof de beschikking voor zover deze de langere machtiging betreft en verleent het de machtiging voor de oorspronkelijk schriftelijk gevraagde periode van drie maanden, tot 30 oktober 2010. De overige onderdelen van de beschikking worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de machtiging tot gesloten uithuisplaatsing voor de langere periode en verleent deze voor de oorspronkelijk schriftelijk gevraagde duur van drie maanden.