ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4430

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.073.179/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 339 lid 2 RvArt. 243 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-tijdige indiening

Appellant, handelend onder de naam Israëlische Grillroom 'Hava Nagilla', kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 juli 2010. Het hoger beroep werd ingesteld met dagvaarding van 26 augustus 2010. Het hof stelde appellant in de gelegenheid zich uit te laten over de ontvankelijkheid.

Het hof oordeelde dat het exploot van dagvaarding niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken was uitgebracht, zoals bepaald in artikel 339 lid 2 Rv Pro. De door appellant aangevoerde reden dat hij pas op 11 augustus 2010 kennis had genomen van het vonnis, werd niet als verschoonbaar beschouwd. De vaste rechtspraak vereist strikte naleving van termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen.

Omdat appellant niet onverwijld na 11 augustus hoger beroep had ingesteld, maar pas op 26 augustus, was er onvoldoende zwaarwegende grond om de overschrijding te verontschuldigen. Het hof verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk en legde de kosten van het hoger beroep aan appellant op.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet-tijdige indiening.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[appellant],
handelende onder de naam
ISRAËLISCHE GRILLROOM ’HAVA NAGILLA’,
wonend te Amsterdam,
APPELLANT,
advocaat: mr. L.C. Kranendonk, te Amsterdam,
t e g e n
[geïntimeerde],
wonend te Amstelveen,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. A.L. Cohen, te Amstelveen.
1. Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 26 augustus 2010 is appellant in hoger beroep gekomen van een vonnis van de ¬rechtbank Amsterdam van 7 juli 2010, in deze zaak onder num¬mer KK 10-646 tussen partijen in kort geding gewezen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
Bij rolbeslissing van 15 september 2010 is appellant in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep.
Appellant heeft een akte genomen.
Geïntimeerde heeft bij akte geantwoord.
Arrest is bepaald op heden.
2. Ontvankelijkheid
2.1 Het exploot van dagvaarding in hoger beroep is niet uitgebracht binnen de in artikel 339 lid 2 Rv Pro voorgeschreven beroepstermijn van vier weken. Dat brengt mee dat appellant niet kan worden ontvangen in het hoger beroep. De door appellant gestelde omstandigheid dat hij eerst op 11 augustus 2010 met het vonnis bekend is geworden, brengt daarin geen verandering. Vaste rechtspraak is dat in het belang van een goede rechtspleging omtrent het tijdstip waarop een termijn voor het instellen van hoger beroep of cassatie aanvangt en eindigt, duidelijkheid dient te bestaan en dat strikt de hand moet worden gehouden aan de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel (HR 24 april 2009, LJN BH3192). Er is onvoldoende zwaarwegende grond om in dit geval de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar te achten, mede in aanmerking genomen dat onvoldoende is gesteld of gebleken om aan te nemen dat appellant niet eerder van het vonnis kennis had kunnen nemen en, zo dit het geval was, hij bovendien niet onverwijld na 11 augustus 2010 – immers eerst op 26 augustus 2010 – hoger beroep heeft ingesteld.
2.2 De kosten van het hoger beroep komen ten laste van appellant omdat hij is aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij.
3. Beslissing
Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
verwijst appellant in de proceskosten van het hoger beroep en begroot die kosten, voor zover tot heden aan de kant van geïntimeerde gevallen, op € 263,- voor verschotten en op
€ 894,- voor salaris van de advocaat, op de voet van artikel 243 Rv Pro te betalen aan de griffier van dit hof.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, R.J.M. Smit en D.J. van der Kwaak en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 16 november 2010.