ECLI:NL:GHAMS:2010:BO2060
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handhaving concurrentie- en relatiebeding na reorganisatie en functiewijziging
De zaak betreft een geschil over de geldigheid en handhaving van een concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen ING Assurantiekantoren Nederland B.V. (IAN) en werknemer [X]. De kantonrechter had het concurrentiebeding vernietigd en het relatiebeding gehandhaafd. IAN ging in hoger beroep tegen de vernietiging van het concurrentiebeding, terwijl [X] incidenteel hoger beroep instelde tegen het relatiebeding.
In hoger beroep stond centraal of het concurrentiebeding nog gehandhaafd kon worden gezien de reorganisatie waarbij bancaire activiteiten werden afgestoten en de functiewijziging van [X]. Het hof oordeelde dat het concurrentiebeding rechtsgeldig was en dat IAN nog een rechtens te respecteren lokaal belang had bij handhaving, mede vanwege de bescherming van concurrentiegevoelige informatie en klantenbestand. De afstandsbeperking van 30 kilometer werd niet onredelijk geacht.
Ten aanzien van het relatiebeding stelde [X] dat dit zwaarder was gaan drukken door de reorganisatie en functiewijziging. Het hof verwierp dit en vond dat het relatiebeding niet aanmerkelijk zwaarder was gaan drukken en dat [X] onvoldoende had onderbouwd waarom het beding onbillijk was. De grieven van IAN in principaal appel slaagden, die van [X] in incidenteel appel faalden, zodat het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de vordering van [X] werd afgewezen.
Het hof veroordeelde [X] in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van de werknemer tot vernietiging van het concurrentiebeding af.