ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1111
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- J.W. Rutgers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vermeende verboden discriminatie bij sollicitaties
Appellant, een gepromoveerde kandidaat, stelde dat ASML hem heeft gediscrimineerd op grond van afkomst en godsdienst door hem meerdere keren af te wijzen bij sollicitaties, terwijl een sollicitant onder een andere naam met een vrijwel gelijk cv wel werd uitgenodigd voor een gesprek.
De rechtbank aanvaardde het vermoeden van discriminatie en legde de bewijslast bij ASML, die vervolgens bewijs aanvoerde dat zij niet discrimineerde. Het hof bevestigde dat ASML voldoende aannemelijk had gemaakt dat de afwijzingen niet op verboden onderscheid berustten, mede op basis van interne communicatie en getuigenverklaringen.
Appellant voerde aan dat de authenticiteit van e-mails betwist moest worden, maar het hof oordeelde dat er onvoldoende grond was voor twijfel en dat de e-mails aansluiten bij getuigenverklaringen. Verder concludeerde het hof dat de koerswijziging in het personeelsbeleid van ASML, waarbij in een later stadium meer theoretisch onderlegde kandidaten werden uitgenodigd, aannemelijk was.
Het hof verwierp alle grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat ASML niet in strijd heeft gehandeld met de AWGB en veroordeelt appellant in de proceskosten.