ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0166
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.F. Goes
- J.P.F. Slijpen
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over WOZ-waarde woonboerderij met kantoor en objectafbakening
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van zijn woonboerderij met kantoorpand, waarbij in hoger beroep de objectafbakening en de waarde van de woning centraal stonden. Het kantoor is bouwkundig verbonden maar heeft een zelfstandige entree en wordt door een BV gebruikt, waardoor het geen samenstel vormt met de woning volgens artikel 16 Wet Pro WOZ.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de waardebepaling, maar dat de objectafbakening juist was. Het hof bevestigt dat het kantoor als een afzonderlijk gebouwde eigendom moet worden aangemerkt en dat de woning en het kantoor niet als één onroerende zaak kunnen worden beschouwd.
De waarde van de woning werd vastgesteld aan de hand van vergelijkingsobjecten en de vraagprijs van het gecombineerde object. Het hof vermindert de totale waarde met 20% vanwege langdurige verkoop zonder koper en stelt de waarde van de woning vast op €570.000. De eerdere WOZ-waarde van €608.317 wordt daarmee verlaagd.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, vermindert de aanslagen onroerende-zaakbelastingen en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €570.000 en de aanslagen onroerende-zaakbelastingen worden verminderd.