ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9716
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- M.W.E. Koopmann
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende bewijs goede trouw
Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs dat hij te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van zijn schulden. Appellant voerde aan dat zijn financiële problemen voortkwamen uit een normaal ondernemingsrisico en omstandigheden zoals een echtscheiding en het niet kunnen betalen van zijn boekhouder.
In hoger beroep heeft het hof overwogen dat appellant niet heeft aangetoond dat hij zijn ondernemerschap op verantwoorde wijze heeft uitgeoefend, mede gelet op de omvangrijke schuldenlast, waaronder aanzienlijke schulden aan de Nederlandse en Duitse Belastingdienst. Ook het niet kunnen betalen van de boekhouder en meerdere boetes bij het CJIB werden als onvoldoende gegronde redenen gezien om van goede trouw te spreken.
Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af. Er zijn onvoldoende omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigen. Het arrest is gewezen door de kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 30 maart 2010.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende bewijs van goede trouw.