ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9704
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- M.W.E. Koopmann
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Toelating wettelijke schuldsaneringsregeling na faillissement zonder onbehoorlijk bestuur
Appellanten, een gehuwd stel zonder minderjarige kinderen, hadden een aanzienlijke schuldenlast en verzochten om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling nadat het faillissement van hun onderneming was aangevraagd. De rechtbank had dit verzoek afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van goede trouw, mede vanwege onvolledige administratie en niet tijdig gedeponeerde jaarrekeningen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat appellanten te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald blijven van hun schulden. Het faillissement van hun vennootschap Haarlem B.V. was niet aan onbehoorlijk bestuur van hen toe te schrijven, ondanks enkele administratieve tekortkomingen en beleidsbeslissingen die achteraf anders hadden gekund. Het hof vond dat appellanten, die beiden in loondienst zijn, een kans moeten krijgen om uit hun financiële problemen te komen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot schuldsanering alsnog toe, waarna de zaak werd verwezen naar de rechtbank Haarlem voor verdere afhandeling. Dit arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling toe.