ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8425
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd vertrouwen en aanspraak op ontslagvergoeding bij wijziging severance policy
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een voormalig senior manager over de hoogte van de ontslagvergoeding en bonus na beëindiging van het dienstverband. ABN AMRO had het beleid inzake ontslagvergoedingen gewijzigd onder druk van de kredietcrisis en maatschappelijke kritiek, maar had in een retentiebrief aan de werknemer een hogere vergoeding toegezegd volgens de oude kantonrechtersformule met een factor 1,4.
De werknemer maakte aanspraak op de hogere vergoeding en een bonus over 2009, terwijl ABN AMRO slechts een lagere vergoeding en een pro rata bonus bood volgens de nieuwe severance policy. Het hof oordeelt dat de retentiebrief een bindende toezegging inhoudt en dat ABN AMRO zich hieraan moet houden, ook al zijn er onvoorziene omstandigheden zoals de kredietcrisis.
Het beroep van ABN AMRO op wijzigingsbedingen en wettelijke bepalingen over wijziging van arbeidsvoorwaarden wordt verworpen omdat het belang van de werknemer bij nakoming van de toezegging zwaarder weegt. Het hof verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: ABN AMRO moet een ontslagvergoeding van €1.414.757 bruto betalen volgens de oude severance policy, met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad.