ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8232
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aansprakelijkheid bij aanvaring binnenschip met ponton
In deze zaak vordert de verzekeraar SON namens de eigenaar van het binnenschip [ Y ] schadevergoeding van de pontonhouder [Geïntimeerde] wegens een aanvaring op 12 juni 2006. De rechtbank had [Geïntimeerde] aansprakelijk gesteld en een deel van de schade toegewezen.
In hoger beroep betwist [Geïntimeerde] de aansprakelijkheid en voert aan dat de ponton vakkundig was vastgemaakt en dat de landvasten mogelijk door vandalen waren doorgesneden. Het hof oordeelt dat SON onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de aanvaring het gevolg was van schuld van het schip of onzorgvuldig handelen.
Het hof wijst erop dat het niet op de weg van [Geïntimeerde] lag om de ponton tegen vandalisme te beveiligen, omdat er geen aanwijzingen waren dat dit nodig was. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van SON af. SON wordt veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van SON worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van schuld of onzorgvuldig handelen van [Geïntimeerde].