ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8058
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.G. Kleene-Eijk
- J. Th.L. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over partneralimentatie en verrekening van bonus bij draagkrachtbepaling
Partijen zijn in 2000 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in 2009 gescheiden. De vrouw vordert partneralimentatie van de man. De man werkt in loondienst en ontvangt een salaris, een dertiende maand en tot en met 2009 een bonus. De vrouw stelt dat de bonus onderdeel is van de arbeidsovereenkomst en moet worden meegenomen bij de draagkrachtbepaling. De man betwist dit en stelt dat het onzeker is of hij in 2010 een bonus ontvangt.
Het hof overweegt dat het niet onaannemelijk is dat de man ook in 2010 een bonus zal ontvangen, maar dat het in geld uitgekeerde gedeelte kleiner zal zijn. Daarom wordt rekening gehouden met 60% van de in 2009 ontvangen cashbonus van €99.532, wat neerkomt op €59.719. Verder wordt de draagkracht bepaald aan de hand van de overige feiten en omstandigheden.
De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op €6.638 per maand, wat het hof passend acht gelet op het fiscaal loon van de man in 2008. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd dat haar behoefte hoger moet zijn. Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover nodig en bepaalt de alimentatie op €6.638 per maand, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet partneralimentatie betalen van €6.638 per maand, waarbij rekening is gehouden met 60% van zijn in 2009 ontvangen cashbonus.