ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7410
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens tussenbeslissingen zonder dringende procesargumenten
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen rolbeslissingen van de rechtbank Amsterdam die betrekking hadden op de voortgang en instructie van de zaak. Deze beslissingen zijn tussenbeslissingen, omdat de rechtbank nog geen eindvonnis heeft gewezen en geen definitief oordeel over het geschil heeft gegeven.
Het hof overweegt dat hoger beroep tegen dergelijke tussenbeslissingen slechts samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis kan worden ingesteld, tenzij artikel 337 lid 1 Rv Pro van toepassing is, wat hier niet het geval is. Ook een beroep op schending van de goede procesorde rechtvaardigt geen onmiddellijke behandeling, omdat er geen dringende argumenten zijn om het belang van een eerlijk proces te waarborgen.
Gelet hierop verklaart het hof appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelt haar in de proceskosten, die tot op heden nihil zijn aan de zijde van geïntimeerde. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2010.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen tussenbeslissingen en veroordeeld in de proceskosten.