ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer voor gerechtsdeurwaarders wegens rechtsmiddelenverbod
Appellanten, bestaande uit een besloten vennootschap en een natuurlijke persoon, hadden een klacht ingediend tegen twee gerechtsdeurwaarders bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam. De voorzitter van deze kamer wees de klacht als kennelijk ongegrond af, waarna appellanten verzet instelden. De kamer verklaarde het verzet ongegrond en wees het beroep van appellanten af op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet, dat een rechtsmiddel tegen deze beslissing uitsluit.
Appellanten stelden dat de voorzitter onjuist had gehandeld door de klacht aan de gerechtsdeurwaarders toe te zenden voordat was beslist dat de klacht niet kennelijk ongegrond was, en dat zij niet de mogelijkheid hadden gekregen om te reageren op het verweerschrift van de gerechtsdeurwaarders. Het hof overwoog dat de voorzitter bevoegd is om de gerechtsdeurwaarders eerst te laten reageren alvorens een beslissing te nemen, en dat deze procedure niet in strijd is met de wet of fundamentele procesbeginselen.
Het hof verwierp het verweer dat het recht op hoor en wederhoor was geschonden, omdat beide partijen gehoord waren en de wet geen verdere reactiemogelijkheden voorschrijft. Gezien het rechtsmiddelenverbod in artikel 39 lid 4 Gdw Pro kon het hoger beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kamer en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.