ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6199
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- A.P.M. van Rijn
- I.J.F.A. van Vijfeijken
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens onvoldoende bewijs economische eigendom hotel
Belanghebbende, X BV, stelde dat zij op 28 februari 2005 de economische eigendom van een hotel had verkregen, waardoor zij aanspraak kon maken op een vermindering van de overdrachtsbelasting volgens artikel 13 van Pro de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). De inspecteur legde echter een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, welke door belanghebbende werd bestreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat de stelling dat de economische eigendom op genoemde datum was overgedragen onvoldoende aannemelijk was gemaakt. Het hof nam de feiten over en oordeelde dat de overgelegde verklaringen van betrokkenen en notaris onvoldoende bewijs boden. Ook de agenda van de directeur van belanghebbende bood geen overtuigend bewijs.
Het hof benadrukte dat de verklaringen van partijen die direct betrokken waren bij de overdracht onvoldoende betrouwbaar waren vanwege hun belangen en het ontbreken van schriftelijke vastleggingen. De verklaring van de notaris werd eveneens als onvoldoende bewijs beoordeeld. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt bevestigd omdat de economische eigendomsoverdracht niet aannemelijk is gemaakt.