ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4215
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding niet genoten vakantiedagen en gedeeltelijke toewijzing bonus na einde dienstverband
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of appellant recht had op vergoeding van niet genoten vakantiedagen en een extra beloning (bonus) na beëindiging van zijn dienstverband bij Rabo Wielerploegen. De kantonrechter had de vorderingen afgewezen, maar het hof vernietigt deze vonnissen en wijst de vorderingen deels toe.
De kern van het geschil betrof de interpretatie van de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke wettelijke bepalingen omtrent vakantie en bonussen. Appellant stelde dat hij door de aard van zijn werkzaamheden en het wielerseizoen niet in staat was zijn vakantiedagen op te nemen, terwijl Rabo Wielerploegen onvoldoende toezicht hield op de opname van vakantiedagen en een onjuiste uitleg gaf aan de bonusregeling.
Het hof oordeelde dat de clausules in de arbeidsovereenkomst die het niet meenemen van vakantiedagen naar volgende jaren voorschreven, in strijd waren met het Burgerlijk Wetboek en daarom vernietigbaar. Tevens was vastgesteld dat appellant recht had op vergoeding van 135 niet opgenomen vakantiedagen. Wat betreft de bonus werd de vordering voor het behalen van de zichtbaarheidsnorm toegewezen, maar de vordering voor de fundraisingdoelstelling afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het behalen daarvan.
De uitspraak bevat een veroordeling van Rabo Wielerploegen tot betaling van de vakantiedagenvergoeding, een deel van de bonus, wettelijke rente, wettelijke verhoging en proceskosten, en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Rabo Wielerploegen wordt veroordeeld tot betaling van vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en een deel van de bonus met rente en kosten.