ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid UWV tot verrekening creditnota met openstaande premieschuld en uitleg betalingsregeling
In deze civiele zaak stond centraal of het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) bevoegd was om een creditnota ter waarde van €123.866,12 te verrekenen met de openstaande premieschuld van Hak Services over 2005. Hak Services vorderde terugbetaling van dit bedrag en stelde dat de betalingsregeling uit mei 2006 verrekening verhinderde.
De feiten betroffen meerdere vennootschappen binnen de A. Hak Groep, waarbij UWV aan deze vennootschappen voorschotnota's en eindafrekeningen premies sociale verzekeringen had gestuurd. Hak Services had een betalingsonmacht gemeld en een betalingsregeling voorgesteld, die door UWV was geaccepteerd. UWV had de creditnota administratief als betaling op de openstaande schuld geboekt en een aanmaning gestuurd waarin de schuld was verminderd met het bedrag van de creditnota.
Het hof oordeelde dat UWV op grond van artikel 11 lid 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekering bevoegd was tot verrekening en dat Hak Services dit ook redelijkerwijs had moeten begrijpen. De betalingsregeling moest niet louter taalkundig worden uitgelegd, maar mede naar verwachtingen en omstandigheden. De kwijtschelding in de regeling had betrekking op het resterende bedrag na betaling en verrekening, niet op het volledige voorschotbedrag zonder verrekening.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vorderingen van Hak Services af en veroordeelde Hak Services tot terugbetaling van het door UWV betaalde bedrag, inclusief proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van Hak Services af, waarbij Hak Services wordt veroordeeld tot terugbetaling van het door UWV betaalde bedrag.