ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1367
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.A. Joustra
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke vergoeding verhuis- en inrichtingskosten na beëindiging huurovereenkomst
Hoogenbosch Retail Group B.V. vordert een vergoeding van €379.931,32 voor verhuis- en inrichtingskosten na beëindiging van haar huurovereenkomst met We Real Estate Management B.V. (WREM). Het hof beoordeelt welke kostenposten relevant zijn volgens artikel 7:297 BW Pro en stelt vast dat niet alle opgevoerde kosten in aanmerking komen.
Het hof oordeelt dat onder meer de overnamesom en margederving te ver verwijderd zijn van de verhuizing en daarom niet tot de vergoeding behoren. Courtage, verhuizing camerabeveiligingssysteem, dubbele huurlasten en inzet van personeel worden wel als relevante kosten erkend. De omvang van sommige posten wordt kritisch beoordeeld, waarbij WREM's bezwaren deels worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast houdt het hof rekening met het feit dat Hoogenbosch het gehuurde ruim twintig jaar heeft gebruikt en dat de beëindiging van de huurovereenkomst onderdeel is van het bedrijfsrisico. Op basis hiervan stelt het hof de redelijke vergoeding vast op €100.000, aanzienlijk lager dan gevorderd.
WREM wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke handelsrente vanaf veertien dagen na betekening van het arrest. Hoogenbosch wordt veroordeeld in de proceskosten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 23 maart 2010.
Uitkomst: WREM wordt veroordeeld tot betaling van €100.000 aan Hoogenbosch ter vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten.