ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6098
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- P.M. Brilman
- M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens strijd met EU-recht bij vervolging ongewenst verklaarde EU-onderdaan
De verdachte, een Tsjechische EU-onderdaan, was bij beschikking van de IND ongewenst vreemdeling verklaard op basis van Nederlandse wetgeving die destijds in strijd was met Europese richtlijnen. Het Hof van Justitie oordeelde dat strafrechtelijke veroordelingen niet automatisch mogen leiden tot verwijderingsmaatregelen zonder individuele beoordeling van het persoonlijke gedrag.
Het openbaar ministerie vervolgde de verdachte ondanks deze strijdigheid met het gemeenschapsrecht. Het hof oordeelde dat het OM had moeten afzien van vervolging, omdat de beschikking tot ongewenstverklaring geen juiste wettelijke grondslag had en in strijd was met het EU-recht. Hierdoor werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging voor het tweede ten laste gelegde feit.
Voor het eerste feit, diefstal uit een auto, werd de verdachte wel schuldig bevonden en veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, met aftrek van voorarrest. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het belang van correcte naleving van EU-recht en behoorlijke procesorde werd benadrukt.
Uitkomst: Het hof verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging wegens strijd met EU-recht en veroordeelt verdachte tot twee weken gevangenisstraf voor diefstal.